|
Airconditioning in
automobielen wint de laatste jaren enorm aan populariteit. Steeds meer
consumenten laten in hun voertuig een airco-installatie aanbrengen of
schaffen een auto aan die hiermee standaard is uitgerust. Om optimaal
gebruik te kunnen maken van de airconditioner in uw auto is het belangrijk
over enige informatie te beschikken aangaande de eigenschappen van de
installatie, de werking en de bediening.
Algemene informatie
Airconditioning betekent
letterlijk vertaald: luchtbehandeling. Dit geeft aan dat de lucht in het
interieur van de auto een bepaalde behandeling ondergaat. Dit kan lucht
zijn die vanuit het voertuig weer in het interieur wordt teruggevoerd
(recirculatie) of de lucht die van buiten de auto naar het interieur wordt
gevoerd. (fresh air).
Voordat de ventilator de lucht in het interieur blaast, passeert deze de
airconditioner die het een andere temperatuur geeft. Door de temperatuur
sterk af te koelen wijzigt de airconditioner de luchtvochtigheid en
reinigt ook een groot gedeelte van de lucht die door het kachelsysteem in
het interieur geblazen wordt. Een optimale reiniging vindt plaats als de
auto is uitgerust met een speciaal interieurfilter (pollenfilter).
Het meest bekend is het feit dat een airconditioner koele lucht geeft. Dit
wordt bereikt door de lucht over een gekoelde warmtewisselaar (verdamper)
te leiden, waardoor de lucht een andere temperatuur aanneemt. Deze
eigenschap komt vooral ’s zomers tot zijn recht. Minder bekend, maar de
belangrijkste eigenschap van een airconditioner, is het afvoeren van het
vocht uit de aangezogen lucht die naar het interieur wordt geblazen. Het
vocht in de aangezogen lucht condenseert op de koude oppervlakken van de
warmtewisselaar (verdamper) in het airco-/kachelsysteem. De vochtdruppels
lopen langs de warmtewisselaar en vallen in een speciale opvangbak die een
afvoer heeft buiten de auto. Doordat de luchtvochtigheid in het interieur
daalt zal het benauwde gevoel dat we hebben bij warm en vochtig weer
verdwijnen. Ook zullen de ruiten niet beslaan. Reeds beslagen ruiten
worden snel weer condensvrij gemaakt. Het vocht dat in de auto wordt
uitgeademd, verdampt uit natte kleding of klamme, vochtige nachtlucht,
wordt door de airconditioner effectief uit de interieurlucht gehaald. Door
het, in veel gevallen, aanwezige filter worden roetdeeltjes, pollen of
andere ongerechtigheden uit het interieur weggehouden. De voordelen bij
lange ritten zijn duidelijk. Airconditioning dient dus aan de
verkeersveiligheid.
Opbouw en werking van
het systeem
Een airconditioning, waar
dan ook toegepast, bestaat altijd uit een gesloten systeem met een pomp,
verdamper, condensor, reservoir en expansieventiel met verbindende slangen
en leidingen, afgevuld met een koudemiddel. Het koudemiddel wordt door de
pomp, die door een motor via een V-snaar word aangedreven, rondgepompt.
Dit aanvankelijk gasvormig koudemiddel wordt door de pomp samengeperst in
een condensor zodat de druk en temperatuur stijgen. Deze condensor is een
warmtewisselaar die zich in de koele luchtstroom achter de grille aan de
voorzijde van de auto bevindt. Het koudemiddel wordt hier afgekoeld,
waardoor het condenseert en vloeibaar wordt. Dit vloeiend koudemiddel
passeert vervolgens het reservoir en de expansieklep op weg naar de
verdamper. In deze verdamper, die zich in het
ventilatie/verwarmingssysteem in het interieur van de auto bevindt,
expandeert(verdampt). Het koudemiddel gaat over in dampvorm. Omdat voor
dit verdampen warmte nodig is die aan de omgeving wordt ontrokken, koelt
deze verdamper aanzienlijk af en de temperatuur van de langsstromende
lucht naar het interieur daalt. Het koudemiddel komt in dampvorm tenslotte
weer bij de pomp terug en de cyclus begint opnieuw. Verder zijn aan de
installatie diverse regel- en beveiligingssystemen toegevoegd om de
optimale werking blijvend te waarborgen en om te voorkomen dat koudemiddel
in de buitenlucht terecht komt. Tegenwoordig zijn alle nieuwe
airconditionings in automobielen afgevuld met een milieuvriendelijk
koudemiddel (R134a).
Werkingseigenschappen
Een ingeschakeld
airconditioningsysteem heeft een aantal voor de bestuurder waarneembare
eigenschappen. Het eerste dat de bestuurder merkt wanneer bij draaiende
motor de airco wordt ingeschakeld is een klik. Dit is het inschakelen van
de magneetkoppeling op de pomp. De motor drijft de pomp aan via deze
magneetkoppeling, echter alleen wanneer de airco ingeschakeld is. De
koppeling draait los rond als de airco uitgeschakeld is.
Dit in- en uitschakelen kan ook door het elektronisch regelsysteem gedaan
worden. Wanneer de tempratuur van de verdamper te laag wordt of wanneer de
druk in het systeem te hoog oploopt, schakelt de pomp uit en bij het
omgekeerde weer aan. Dit is onder bepaalde rijomstandigheden duidelijk
hoorbaar en heel normaal.
Doordat het rondpompen en samenpersen van het koudemiddel vermogen van de
motor vraagt, zal het motortoerental dalen. Een regelsysteem in het
benzine- injectiesysteem zorgt dat dit bij stationair draaien weer
gecompenseerd wordt. Tijdens het rijden met lage of constante snelheid is
dit aftakken van motorvermogen vaak voelbaar. Het lijkt soms net of de
motor even inhoudt. Ook dit verschijnsel is heel normaal.
Een ander gevolg van dit uit de motor onttrekken van energie is dat het
brandstofverbruik bij een in werking zijnde airco stijgt. Dit kan ook niet
anders want de motor haalt zijn energie voor de aandrijving van de
installatie uit de verbranding van benzine, dieselolie of LPG. Het is net
als bij u thuis, wanneer de koelkast aanslaat. Dit kost ook stroom die
door de elektriciteitscentrale aan u wordt geleverd.
Soms worden gebruikers van auto’s met airconditioning geconfronteerd met
rare luchtjes in het interieur die uit het systeem lijken te komen. Dit
kan veroorzaakt worden door bacteriegroei op het raster van de verdamper.
Wanneer de airco in werking is, wordt er condens gevormd op de verdamper
in het systeem. Na verloop van tijd vermengt deze condens zich met stof en
bacillen die in de interieurlucht zweven. Dit mengsel vormt dan een basis
waarin bacteriën en schimmels zich afzetten en ontwikkelen. Wordt de
airco ingeschakeld dan verspreiden deze schimmels een muffe lucht. Van
tijd tot tijd zal het dus noodzakelijk zijn om de verdamper te verfrissen
met een antiseptisch middel. Dit behoort tot het normale onderhoud van een
installatie en uw dealer kan u hierover informeren.
Als een auto met airconditioning geparkeerd wordt, ontstaat na verloop van
tijd een waterplas onder de auto. Dit duidt niet op een lekkage van het
koelsysteem of de ruitenwissersproeier, maar is afkomstig van het
aircosysteem. Zoals al beschreven condenseert vocht uit het interieur op
de verdamper. Dit vocht lekt in de vorm van waterdruppels in een opvangbak
die via een afvoer met de buitenlucht in verbinding staat. Het water dat u
nu onder de auto ziet liggen, bevond zich daarvoor in dampvorm in het
interieur.
Op sommige momenten kan een "wolkje" uit het ventilatierooster
komen. Dit is geen rook en is dus volkomen onschuldig. Het ontstaat door
vocht op de verdamper in het aircosysteem dat door de ventilator omhoog
wordt geblazen en is vergelijkbaar met het wolkje dat thuis uit de
koelkast komt als u de deur opent.
Gebruiksadviezen
- Gebruik de airco-installatie regelmatig
en dus niet alleen tijdens warme dagen. Hiermee vermindert u slijtage
van lagers en de pomp en voorkomt u dat u plotseling wordt
geconfronteerd met een defect systeem. Als een pomp niet draait en
zich lange tijd op een trillende motor bevindt, krijgen de lagers in
de pomp een continue stotende belasting. Dit geeft meer slijtage dan
een draaiende pomp.
- Zet bij voorkeur het ventilatiesysteem
in de stand "fresh air" (behalve bij hoge buitentemperatuur,
zie punt 7). Hiermee bereikt u een snellere afvoer van lucht uit het
interieur waardoor de kans op onaangename luchtjes minder is. Ook de
ontwaseming van ruiten verloopt sneller.
- Als de airco aan staat, kunt u de
temperatuur regelen door de kachel te bedienen. Op deze manier bereikt
u een aangename temperatuur en een lagere luchtvochtigheid. Dat
laatste draagt weer bij aan de behagelijkheid van het interieur,
terwijl tegelijkertijd de ruiten ontwasemd blijven.
- Ontvet regelmatig de ruiten aan de
binnenzijde. Het beslaan wordt hierdoor meer nog voorkomen.
- Gebruik de airco-installatie altijd in
combinatie met de kachelaanjager. Alleen dan is er sprake van
luchtbehandeling.
- Schakel de airco zo’n vijf minuten
voor u de auto gaat stilzetten uit. Dit heeft twee voordelen. Ten
eerste zal hierdoor de temperatuur in het interieur enigszins stijgen
en is het verschil met de buitentemperatuur op het moment dat u
uitstapt niet zo groot. Ten tweede zit er als u de auto stilzet minder
vocht op of in de omgeving van de verdamper in het airco-systeem. De
kans op nare luchtjes is dan kleiner doordat de condensor droogt
voordat deze wordt stilgezet. Ook is er minder kans op condenswolkjes
als u airco weer aanzet.
- Bij een extreem hoge buitentemperatuur
kan het best de ventilatiestand van "fresh air" naar "recirculation"
worden omgeschakeld. Als de stand "fresh air" ingeschakeld
blijft dan moet de hete buitenlucht steeds worden afgekoeld. daardoor
gaat de capaciteit van de airco tekort schieten en kan het interieur
onvoldoende worden gekoeld. In de stand "recirculation"
circuleert dde lucht binnen de auto waardoor het airco-systeem een
veel lagere temperatuur kan bereiken.
Wettelijke
voorschriften
Door de overheid zijn een
paar regels opgesteld voor de inbouw en het onderhoud van
airco-installaties. Deze moeten het vrijkomen van koudemiddelen in de
buitenlucht te minimaliseren. Zo mogen alleen erkende bedrijven de
installaties afvullen met koudemiddel en zij moeten een sluitende
administratie bijhouden betreffende het verbruikte koudemiddel. Deze
bedrijven bezitten een zogenaamde STEK-erkenning. Verder schrijft de
overheid voor dat bij reparaties een lekdichtheidscontrole moet worden
uitgevoerd. Door middel van een certificaat, dat door een STEK-bedrijf mag
worden afgegeven, is dit controleerbaar.
|